Bomen die niet vrijuit kunnen groeien worden gesnoeid. Om te bepalen wat er gesnoeid wordt is het belangrijk te weten hoe groot en breed een boom uiteindelijk wordt.
Stel je voor een boom staat 5 meter uit de voorgevel en kan 20 meter hoog en 15 meter breed worden (kroondiameter is 15 meter). Dit betekent dat vanuit de stam gezien de takken 7,5 meter uitsteken. De takken groeien dan tegen de voorgevel aan. De boom kan dan niet vrijuit groeien en zal, om niet met zijn takken tegen de voorgevel aan te schuren, gesnoeid moeten worden.
Snoeien kan op verschillende manieren gebeuren. Zoals hievoor is de standplaats of ook wel groeiplaats bepalend welke snoei wordt toegepast. Bomen die langs een weg, fietspad en of voetpad groeien worden gesnoeid tot een hoogte die wettelijk is bepaald voor wegen op 4,5 (4,2) meter hoog, dit wordt de wettelijke doorijhoogte genoemd. Bij deze bomen is het vrijhouden van het rijprofiel (doorrijhoogte) door op tijd te snoeien verplicht. In de regel wordt de stam vrij van takken gesnoeid, dit wordt takvrije stam genoemd. Om tot de juiste hoogte te komen wordt er in de zo geheten tijdelijke kroon gesnoeid. De takvrije stam tot aan de blijvende kroon is ongeveer 6 meter hoog, dit is niet voor alle bomen zo maar over het algemeen genomen langs een weg wel. Snoeien in de tijdelijke kroon tot aan de blijvende kroon heet begeleidingssnoei en snoeien in de blijvende kroon heet onderhoudssnoei.
Bij jonge bomen kan je er maar beter vroeg bij zijn. Op tijd snoeien voorkomt later verkeerde groei of ongewenste ingrepen. Dit heet begeleidingssnoei en kan tot wel 30 jaar duren. Door te dikke en of probleem takken op tijd en in de zogehete tijdelijke kroon te verwijderen creëer je een boom met een goed verdeelde kroon structuur.
Wij geven u advies hoe dit zelf te doen of voeren voor u de begeleidingssnoei uit.